Volg ons op social media

‘De geleerden zeiden dat durumtarwe hier niet groeit’

Jelle en Wouter Lap
Eigenaren Texelse Pasta 

De broers Jelle (26) en Wouter (22) van landbouwbedrijf Bute Weste vormen al de vijftiende generatie van de familie Lap uit Den Hoorn die zijn brood verdient in de landbouw. Goede producten leveren én zichzelf steeds opnieuw verbeteren, daar draait het om, beseffen ze zelf. Hun nieuwste product: Texelse Pasta, gemaakt van zelf geteelde durumtarwe.

‘De geleerden zeiden dat het niet kon. Durumtarwe groeit niet in Nederland. Nou, je ziet het’, zegt Jelle niet zonder trots. ‘Dit soort tarwe heeft veel warmte nodig. Vandaar ook dat het vooral wordt verbouwd in de landen rond de Middellandse Zee. Wij hebben op Texel het voordeel dat we de meeste zonne-uren van heel Nederland hebben. Misschien heeft het ook wel te maken met het veranderende klimaat.’ Wouter: ‘Het zat vorig jaar ook mee. Het voorjaar was nat, de zomer warm. Het wordt spannend of het dit jaar weer lukt. Door de droogte staat de tarwe nu zuunig.’

De landbouw zit Jelle en Wouter in het bloed. Al op jonge leeftijd wilden ze in de voetsporen treden van vader Piet, zijn broers Jacob, Arie en Jan en al die voorvaderen met de naam Lap. Jelle: ‘In de vakanties hebben we allebei nog wel bij Goënga in de winkel gewerkt. We moesten ook verder kijken, zei mijn vader altijd. Maar als het mooi weer was, belde hij Minne (de eigenaar, JR) of het echt wel nodig was dat ik daar dan was.’ Wouter lacht: ‘Hij zei ook altijd dat school voorrang had. Maar dan zat ik net huiswerk te maken of hij kwam vragen of ik even dit of dat voor hem kon doen.’

Goed opgeleid

Zoals het moderne agrariërs betaamt, zijn de broers goed opgeleid. Ze studeerden allebei aan de Hogere Agrarische School. Jelle liep stage in Duitsland bij een bedrijf dat chipsaardappelen teelt en verwerkt. Daarnaast stak hij zijn licht op bij het onderzoeksinstituut voor de landbouw PPO in Lelystad en adviesbureau DLV. Wouter zit nog in de afrondende fase van zijn studie, maar werkte al op een akkerbouw- en zaadvermeerderingsbedrijf in Denemarken. Ook maakte hij studiereizen door China, Canada en de Verenigde Staten.

Sinds een paar jaar vormt Jelle samen met zijn vader en moeder een firma, Wouter treedt binnenkort toe. Het is vooral de vrijheid van het ondernemerschap die hen trekt. Jelle: ‘Als je moet oogsten, dan moet het gebeuren. Maar daarbuiten ben je vrij om te doen wat je wilt. Werken met de natuur is ook mooi. Soms verzucht je wel eens dat er te veel of te weinig regen valt. Maar juist dan is het een uitdaging om een zo goed mogelijk product te leveren. Dat is het mooie van eigen baas zijn: groeien, jezelf verbeteren.’

Innovatie

In de wetenschap dat het verstandig is om je te specialiseren, verbouwen de Lappen al jarenlang dezelfde gewassen: pootaardappelen, spinaziezaad, suikerbieten, graan en graszaad. Toch kun je je ook daarin verbeteren, vinden ze. Zoals met de bouw van een nieuwe schuur, waarin ze hun aardappelen door een slimme luchtverdeling en een constantere temperatuur onder betere omstandigheden kunnen bewaren. Het nieuwste voorbeeld van innovatie is de Texelse pasta, die ze sinds vorig jaar maken. Wouter: ‘We zochten naar manieren om onze eigen producten beter te vermarkten. Met aardappelen deden we dat al. We stoppen ze zelf in zakken van 25, 50 of 1250 kilo. Daarna gaan ze de hele wereld over. Met weinig tussenhandel, er zit alleen een coöperatie tussen. Graan is meer een bulkproduct. We vonden het een uitdaging ook daar meerwaarde aan te geven. Anders gaat het in de vrachtwagen en hoor je er nooit meer wat van.’

De productie van de pasta gebeurt in eigen beheer. Alleen het malen wordt uitbesteed, aan onder anderen de molenaars van De Traanroeier in Oudeschild. De verwerking van het meel gebeurt uit oogpunt van hygiëne niet in de bedrijfsschuren aan de Westerweg, maar achter het ouderlijk huis aan de Herenstraat. Wouter: ‘We mengen het met eieren en zout tot een mix. Die druk je met een pers door een mal, in de vorm die je wilt. Dan gaat de pasta in een droogkast, een goeie dag lang. Daarna is het een halfjaar tot een jaar houdbaar.’

Ze maken vijfentwintig kilo per keer. Jelle: ‘We zouden wel meer willen, maar de droogcapaciteit is op dit moment nog de bepalende factor. Wouter: ‘Maken, afwegen, inpakken, rondbrengen, het is best bewerkelijk. En dan nog een beetje marketing.’ Jelle: ‘We verdienen er nog niet veel aan. Maar het is ook een kwestie van volhouden.’

Mooi streekproduct

De pasta is verkrijgbaar op diverse Texelse adressen, waaronder alle supermarkten van de Spar, de Plus in De Cocksdorp en bij enkele boerderijwinkels. Ook bij sommige strandpaviljoens kun je ervan genieten. Wouter: ‘De consument betaalt er iets meer voor. We kunnen niet concurreren met de bekende merken.’ Jelle: ‘Maar mensen hebben dat graag over voor een mooi streekproduct. Het is vers, smaakvol en bevat geen conserveringsmiddelen. Texels bier en Texelse kaas zijn ook wat duurder.’

Van de honderd hectare die ze bebouwen, is ongeveer vierenhalve hectare bestemd voor durumtarwe. Wat de toekomst brengt, durven ze niet te zeggen. Jelle: ‘Misschien kunnen we niet alles gebruiken. Maar we zoeken de beste tarwe eruit. Je kunt er ook brood van bakken. Dat gebeurt al bij Jef, De Bonte Belevenis en Texelse Kost.’

Ondertussen gaan ze vrolijk door met plannen maken en experimenteren. Wouter: ‘We leveren nu drie soorten. Fusilli en gigli aan de winkels, tagliatelle aan restaurants. Volkorenpasta is nog in ontwikkeling. We zien wel wat het wordt. We hebben al een bedrijf waar we geld mee verdienen. Dit is extra.’

De meerwaarde is niet alleen in geld uit te drukken. Wouter: ‘We verkopen onze pasta op markten en staan ook op de Landbouwdag en de horecabeurs. Zo kom je nog eens ergens. Leuk voor de afwisseling. In deze handel heb je met een heel ander soort mensen te maken.’

Door: Joop Rommets
Publicatiedatum: oktober 2017

Word nu abonnee

ontvang 4 nummers voor € 24,95